Fasering en categorisering
In het SPI voorjaar 2024 is aangekondigd dat dit product nog in ontwikkeling is, dat gefaseerd wordt uitgewerkt in drie stappen. Met voorliggend SPI wordt invulling gegeven aan de tweede fase. In deze fase kijken we niet alleen naar investeringen, maar ook naar de projectfasering. Projecten worden ingedeeld in vier fasen. Deze fasen worden hieronder volgordelijk toegelicht.
Daarnaast voegen we een viertal nieuwe categorieën toe om de afweging en prioritering van investeringen te ondersteunen. Deze indeling geeft inzicht in de aard en mate van verplichting van investeringen en biedt hiermee aanvullende stuurinformatie. Deze lichten we na de projectfaseringen hieronder toe. Vervolgens wordt één en ander gevisualiseerd door middel van een aantal grafieken waarin een aantal gegevens gecombineerd worden.
Projectfasering
Projecten doorlopen vier fasen. De projectfasering laat zien welke stappen een project doorloopt: van initiatief tot realisatie. Per fase is vastgelegd welke bestuurlijke besluitvorming nodig is en wat de rol is van het college van B&W en de raad. Zo is duidelijk wanneer besluiten nodig zijn en welke stappen nodig zijn om een project uit te voeren.
Wenselijkheidsfase
In deze fase wordt bekeken of een initiatief wenselijk is. Ook wordt bepaald of het kan doorgroeien tot een project. Er wordt een integrale afweging gemaakt op basis van strategie, beleid en praktische zaken, zoals uitvoerbaarheid en beschikbare capaciteit. Belangrijke vragen zijn:
moet dit initiatief nu worden uitgevoerd?
past het binnen het bestaande beleid en programma’s?
Het college van B&W neemt een besluit met een nota van B&W over het al dan niet doorgaan naar de haalbaarheidsfase inzet van middelen die de raad al beschikbaar heeft gesteld.
Soms wordt ook een raadsvoorstel aan de raad voorgelegd, bijvoorbeeld bij gemeentelijk vastgoed of brede beleidskaders. De raad heeft in deze fase vooral een kaderstellende en informerende rol.
Haalbaarheidsfase
In deze fase wordt onderzocht of het initiatief uitvoerbaar is en op welke wijze dit kan. Er wordt gekeken naar ruimtelijke mogelijkheden, financiële haalbaarheid, juridische kaders en organisatorische uitvoerbaarheid. Ook wordt een projectcontract opgesteld. Hierin staan afspraken over de sturing en beheersing van het project. Op basis hiervan vindt ambtelijke besluitvorming plaats over het projectcontract en de doorgang naar de volgende fase.
De fase wordt afgerond met een nota van B&W (projectvoorbereidingsbesluit). Soms is extra besluitvorming nodig via een nota van B&W, bijvoorbeeld als er ook een Intentieovereenkomst (IOK) wordt opgesteld.Als extra middelen of beleidskeuzes nodig zijn, wordt een raadsvoorstel (projectvoorbereidingsbesluit) aan de raad voorgelegd.
Kaderstellende fase
In deze fase worden de inhoudelijke en financiële kaders van het project bepaald. Deze fase wordt afgerond met een raadsvoorstel, waarin de raad de kaders vaststelt en het benodigde krediet beschikbaar stelt. . Met een raadsvoorstel wordt dit ter besluitvorming voorgelegd aan de raad. Indien van toepassing wordt aanvullend besluitvorming via een nota van B&W (een anterieure overeenkomst (AOK)) voorgelegd.
Uitwerkingsfase
In deze fase wordt het project uitgevoerd binnen de vastgestelde kaders. De fase bestaat uit voorbereiding, uitvoering en overdracht. Voorbeelden van werkzaamheden zijn:
maken van een voorlopig en definitief ontwerp;
uitvoeren van aanbestedingsprocedures;
doorlopen van juridische trajecten;
en de feitelijke uitvoering van het project
Het college van B&W is verantwoordelijk voor de uitvoering en besluitvorming binnen de kaders. Als er afwijkingen zijn van de kaders (zoals contractvorming met marktpartijen, een realisatieovereenkomst (ROK)), worden deze voorgelegd met een nota van B&W. Gaat het om kaderstellende afwijkingen? Dan wordt een raadsvoorstel aan de raad voorgelegd.
Flexibiliteit in fasering
Hoewel de fasering een logische volgorde kent, kunnen projecten in de praktijk uit meerdere deelprojecten bestaan die zich in verschillende fasen bevinden. Dit kan betekenen dat besluitvorming op verschillende momenten plaatsvindt. Dit vraagt om flexibiliteit in zowel de inrichting van de besluitvorming als in de uitvoering. De gekozen systematiek biedt ruimte om hier flexibel mee om te gaan, waarbij de rolverdeling tussen college en raad leidend blijft
Categorisering van investeringen
Om investeringen beter te kunnen prioriteren en sturen, zijn de projecten onderverdeeld in vier hoofdcategorieën. Deze categorieën maken inzichtelijk waar de investeringen vandaan komen, welk type verplichting of noodzaak eraan ten grondslag ligt, en welk economisch/technisch karakter ze hebben.
Investeringen met een reeds aangegane verplichting
Hier worden alle investeringen gebundeld waarvoor al juridische of financiële verplichtingen zijn aangegaan, zoals:
anterieure overeenkomst (AOK),
samenwerkingsovereenkomst (SOK)
realisatieovereenkomst (ROK)
ontvangen of toegezegde subsidies/rijksbijdragen (bijvoorbeeld BO-MIRT) inclusief eventuele terugbetalingsverplichtingen
Investeringen als gevolg van wet- en regelgeving
Alle investeringen die voortvloeiend uit wet- en regelgeving die de functionaliteit of duurzaamheid van onze bezittingen verbeteren, getoetst aan geldende normen. Dit zien we vooral terug bij investeringen in bestaand vastgoed (bijvoorbeeld duurzaamheidsmaatregelen) of vervangingsinvesteringen zoals onderwijshuisvesting.
Uitbreidingsinvesteringen
Dit zijn alle investeringen die als wenselijk zijn opgenomen in het lange termijn perspectief, maar waarvoor nog geen concreet projectplan is uitgewerkt. Dit zijn vaak wel investeringen die betrekking hebben op een volledige toekomstige gebiedsontwikkeling. Het betreft hier over het algemeen investeringen in maatschappelijk voorzieningen en supra bovenwijks groen.
Het is bij deze categorie van belang dat bij een gebiedsontwikkeling wordt gekeken dat er voldoende middelen beschikbaar zijn voor een evenwichtige invulling in zowel mobiliteitsmaatregelen, als maatregelen in supra bovenwijks groen én maatschappelijke voorzieningen. Op dit moment geeft deze categorie hier onvoldoende inzicht in. Er is extra aandacht nodig om dit inzichtelijk te maken en om dit te kunnen waarborgen. In een volgend SPI zullen we met een voorstel hiertoe komen.
Vervangingsinvesteringen
Dit zijn investeringen die betrekking hebben op vervanging van bestaande bezittingen, gericht op levensduur en continuïteit, opgenomen in het lange termijn perspectief, op basis van het activabeleid, die buiten het reguliere meerjarenbeeld vallen.
In een aantal grafieken maken we de gegevens inzichtelijk:
Figuur 6 geeft een totaaloverzicht per categorie;
Figuur 9 geeft inzicht in de projectfasering;
Figuur 10 geeft per categorie inzicht in de projectfasering.
Figuur 4 Bruto totaaloverzicht per categorie
Figuur 5 Netto totaaloverzicht per categorie
In bovenstaande Figuur 4 wordt de totale bruto investeringsportefeuille weergegeven en in Figuur 5 de netto investeringsportefeuille in percentages naar de verschillende cateforieën. Van de totale bruto investeringsportefeuille heeft ruim de helft (53% ) van de plannen/maatregelen betrekking op vervangingsinvesteringen. Daarnaast heeft 24% betrekking op uitbreidingsinvesteringen voornamelijk als gevolg van de schaalspong. Verder is voor 14%van de maatregelen verplichtingen met externen aangegaan en 7% is als gevolg van wet- en regelgeving. In Figuur 6 hieronder worden deze maatregelen in blokken van vier jaar in de tijd weergegeven. De categorie 'niet van toepassing' betreft voorbereidende gebiedsontwikkelingen.
Figuur 6 Totaaloverzicht per categorie in de tijd
Bovenstaande grafiek Figuur 6 laat in blokken van vijf en vier jaar zien hoe de verschillende maatregelen per categorie in tijd zijn weggezet. Te zien valt dat in elk blok een aanzienlijk deel van de investeringen in de categorieën uitbreiding- en vervangingsinvesteringen vallen. Dit duidt op een sterke strategische opgave, maar ook op een relatief hoog abstractieniveau van de investeringsportefeuille. Tegelijkertijd is in de eerste vijf jaar een substantieel deel juridisch (verplichtingen) gebonden wat beleidsvrijheid en ruimte beperkt.
Figuur 7 Bruto totaaloverzicht projectfasering in procenten weergegeven
Figuur 8 Netto totaaloverzicht projectfasering in percentage
Bovenstaand wordt in Figuur 7 de totale bruto investeringsportefeuille weergegeven en in Figuur 8 de netto investeringsportefeuille verdeeld naar de verschillende projectfaseringen. Van de totale bruto investeringsportefeuille zit ruim de helft (56%)van alle maatregelen in de wenselijkheidsfase. Dit komt onder andere doordat de scope van deze tabellen 2026 tot en met 2042 is .
Figuur 9 Totaaloverzicht per projectfase
In bovenstaande grafiek Figuur 9 wordt in blokken van vijf en vier jaar zichtbaar gemaakt in welke jaren in de verschillende projectfasering (bruto) is geraamd. Hiervoor geldt dat er in elk blok een aanzienlijk deel van de investeringen valt in de wenselijkheid en haalbaarheidsfase. Dit is vanwege de scope en voor maatregelen die betrekking hebben op de lange termijn, die wel wenselijk zijn, maar waar nog geen concreet plan voor is uitgewerkt en nog geen besluitvorming over heeft plaatsgevonden.
In de volgende grafiek zijn de hierboven gedefinieerde categorieën en projectfasering aan elkaar gekoppeld.
Figuur 10 Totaaloverzicht per categorisering verdeeld naar projectfasering
Figuur 10 laat zien dat het merendeel van de investeringen zich bevinden in de categorieën uitbreiding- en vervangingsinvesteringen. Daarnaast geldt dat voor bijna alle categorieën een aanzienlijk deel nog in de wenselijkheidfase zit.
Dit betekent dat de raad, ondanks deze kaders, een belangrijke rol heeft in het stellen van prioriteiten en het sturen op fasering en versnelling.
Algemene conclusie
Zoals in het vorige hoofdstuk inzichtelijk is gemaakt overstijgt het totaal aan voorgenomen investeringen de beschikbare financiële ruimte. Dit maakt bijsturing middels integrale aanpak noodzakelijk. Hiermee wordt een evenwichtige en uitvoerbare investeringsagenda gecreëerd waarbij voldoende ruimte is voor alle vier de investeringscategorieën.
Zoals weergegeven betreft een aanzienlijk deel van de investeringen, vervangingsopgaven en uitbreidingsinvesteringen. De mogelijkheden om binnen de vervangingsopgaven te sturen zijn beperkt maar wel mogelijk. Dit zit met name in het faseren of temporiseren van projectenen het bijsturen in de huidige kwaliteit. Mochten hier keuzes uit voortkomen zal bestaand beleid hierop aangepast moeten worden. Met de actualisatie van het IHP is hierin reeds eerder een eerste stap in gezet.
De categorie uitbreidingsinvesteringen biedt daarentegen meer keuzeruimte, maar vraagt om zorgvuldige afweging. Voor deze investeringen geldt dat deze voor een deel verder uitgewerkt moeten worden voordat definitieve realisatie mogelijk is. Onvoldoende investeringen in deze categorie kunnen leiden tot een onevenwichtige gemeente bijvoorbeeld door tekorten aan groen- en maatschappelijke voorzieningen.
Ook investeringen met een verplichting vanwege subsidies (zoals BO-MIRT) moeten voor een deel nog verder uitgewerkt worden zoals de Weg om de Zuid. Ook binnen deze categorie is de sturingsruimte gering maar niet onmogelijk, tenzij we financiële consequenties accepteren waaronder claims van ontwikkelende partijen en af te zien van toegekende subsidies.
Het verkregen inzicht in de investeringscategorieën, in samenhang met de fasering van investeringen, biedt aanvullende sturingsinformatie (zie geheime bijlage). Verdere uitwerking hiervan is noodzakelijk om bestuurlijke keuzes te onderbouwen en prioritering mogelijk te maken.
